PVD coatings
PVD staat staat voor Physical Vapour Deposition.
Bij PVD wordt een resistente laag gelegd op een bepaalde ondergrond (substraat).
Dit gebeurt bij een typische temperatuur afhankelijk van de coating (meestal tussen 250 en 500°C).
De coatings hebben bepaalde gewenste eigenschappen.
Daarbij vallen vooral de hardheid en de lage wrijvingsoëfficiënt op.
De PVD coating is dus altijd veel harder dan het substraat.
Dergelijke hardheid is een eigenschap die het substraat zelf nooit kan bekomen.
De laagdikte is algemeen van 1 tot 4µ en uitzonderlijk tot 10µ.
De kwaliteit van de coating hangt af van de lagen waaruit die is opgebouwd.
Bij PVD is het erg belangrijk te zorgen voor een goede hechting van de laag aan de ondergrond.
Daarom zijn in de coating tussenlagen opgebouwd om de overstap van het relatief “zachte” substraat naar de bikkelharde
toplaag mogelijk te maken. Het spreekt vanzelf dat de ondergrond zelf een voldoende hardheid moet bezitten om bij het
fabricageproces zo weinig mogelijk vervorming te krijgen. Vanaf een zekere vervormingsgraad zal de toplaag de vervorming immers niet meer kunnen volgen en zal ze gaan afbrokkelen.
In de praktijk hanteert men de vuistregel dat werktuigstalen met eensecundaire hardingscurve en snelstalen het best geschikt zijn voor PVD-coating.
De eigenschappen van de coating, zoals hardheid, structuur, chemische en temperatuurweerstand en hechting worden uiteraard strikt gecontroleerd.
De voordelen van PVD zijn:
- Dunne, maar harde laag
- in meerdere kleuren mogelijk: goud, grijs/blauw, grijs, nitride en roze
- milieuvriendelijke productieproces
- bestand tegen corossie
- beschermd tegen allergieen
|